Tussen windstilte en wervelwind
Het atelier van schilder en tekenaar Jan Vanriet ligt tegenover een chique supermarkt.Het is er een aan- en afrijden van auto’s, maar in de werkplaats is het stil. En in die stilte spreekt hij afwisselend stellig en weifelend over zijn jongste werk - het woord nemend en het geregeld ook terugnemend. Nemen en hernemen is wat hij ook in zijn werk doet.
Vanriet presenteert twee nieuwe reeksen, die samen Transport heten.
“Beide reeksen”, vertelt hij, “vertrekken van een document. Die twee documenten heb ik vorige zomer in Frankrijk ontdekt - in kranten of weekbladen, ik weet niet meer precies waarin. Het ene is een foto van de nachtelijke aankomst en het wegleiden door twee mannen van Milosevic in Den Haag, naar aanleiding van het proces tegen hem. Het is een heel intrigerende, erg geladen foto, die zich niet beperkt tot de anekdote.Voor mij heeft hij ook een heel andere allure, iets bijbels zelfs.
Het andere document betreft vrouwen die zich moesten uitkleden in een woud, ergens in Polen, met soldaten eromheen.Wat er verder gebeurt kunnen we raden, maar ik zelf laat het aan de verbeelding over.Ik weet ook niet of het bekend is wat er achteraf met die vrouwen is gebeurd. Ik ken die foto al lang, dertig, misschien wel veertig jaar.En toen ik hem ooit voor het eerst zag maakte hij grote indruk op me.
Nu was het voor mij ‘dankbaar’ als gegeven om er een aantal schilderijen rond op te zetten.
Dat zo’n document ineens indruk maakt komt in de eerste plaats voort uit een sterke visuele prikkel. Daarna ontstaan er verbindingen met grote beelden uit onze kunst- en cultuurgeschiedenis. Die twee mannen die Milosevic begeleiden kunnen bijvoorbeeld ook Emmaüsgangers zijn.”
Dat de twee reeksen samen Transport heten is geenszins toeval. Het heeft ook van doen met Vanriets persoonlijke geschiedenis.
“De meeste doeken uit de eerste reeks heten gewoon Vrouwen in het woud . Toch vond ik dat geen goede overkoepelende titel.In de andere serie, met als aanleiding Milosevic, noem ik meerdere werken Drie mannen. Maar zo verbond ik de twee reeksen niet echt.En ineens kwam ik op Transport, omdat het ook daarover gaat, over het transporteren van mensen. Het woord ‘transport’ heeft bovendien al van kindsbeen af voor mij een bijzondere betekenis, ik sleep het al lang mee.”
De verklaring daarvoor is dat Vanriets ouders elkaar ontmoetten in het uitroeiingskamp Mauthausen (over zijn verblijf daar schreef vader Victor Vanriet een verslag: Wenteltrap Mauthausen, Antwerpen 1972). Zijn ouders ontvingen thuis regelmatig vroegere kampgenoten en dan ging het vaak over ‘transport’. De kleine Jan Vanriet moet de geladenheid van dat woord toen intuïtief aangevoeld en opgeslagen hebben.
Vanriet begon aan Transport, zonder voorpgezet plan, met enkele kleinere werken voor de tweede reeks.Maar al werkend drong zich ook het eerste thema op.Zo gingen de series elkaar onnadrukkelijk beïnvloeden en groeide er een ‘klimaat’ waarin ze door elkaar ontstonden, hoe onderling verschillend ze uiteindelijk ook zijn geworden.
Dat Vanriet geraakt werd door die nachtelijke foto van de weggeleide Milosevic heeft ook te maken met zijn fascinatie voor politiek, ideologie, utopie - zoals uit eerder werk van hem blijkt.
“Milosevic is iemand die opgevoerd wordt als een zondebok, als een vlag die vanalles moet dekken. Je kunt je daarbij afvragen of alles wel gedekt is door één vlag? Is het wel correct dat hij ervoor moet opdraaien? Meestal zie je, zoals toen met het wisselen van regimes, dat mensen graag iemand slachtofferen om zichzelf te redden. Vaak hebben ze even vuile handen als degene die ze offeren. Het verraad, het eigenbelang vind ik altijd boeiender in de politiek dat het schone, hoge woord dat geëtaleerd wordt. Mede daarom boeit een figuur als Milosevic, de gevallen dictator, mij. Ik verbind dat bovendien met iets waar ik al lang mee bezig ben en al heb aangekondigd in schilderijen van twintig jaar geleden: de neergang van het socialisme, het falen van die utopie.”
Transport 2 is vrij hecht gecomponeerd, in tegenstelling tot de eerste serie, die veeleer bestaat uit variaties op een thema.
“Ik heb vooral naar een soort visuele volgorde gestreefd, die verloopt tussen twee uitersten.Het begint, in Kwade genius, met een soort boos oog. Het zou, zoals bij een toneelstuk van Shakespeare, de aankondiging van het drama kunnen zijn.” Het doek is fel paars van kleur en suggereert de aanwezigheid van een zwarte vogel, in ieder geval van onheil. Het tweede schilderij daarentegen, Geschiedenis, is bijna wit en contrasteert fel met het eerste. “Daar duiken heel fragmentarisch de vrouwen uit de vorige serie even in op. Boven die vrouwen heb je zwarte contouren, die fragmenten van de drie mannen zijn.”
Het andere uiterste, Stormklok, is een erg donker schilderij. “Het is”, zegt Vanriet, “geschilderd vanuit de vuilnisbak van de herinnering.Ineens dook bij mij dat bekende immense landschap van Albrecht Altdorfer op, de Alexanderslag, dat afgebeeld was in het eerste boek over schilderkunst dat ik bezat. Het fantastsiche eraan is het gewriemel van de legers onder een immense hemel - waarin dan, vreemd genoeg, een klokje hangt. Dat idee van een klokje in een hemel bepaalt het laatste schilderij.”
Toch is het laatste niet echt het laatste, want “ineens ontstond nog een doek geheel buiten het formaat van de reeks, heel groot.Het heet Einzelgänger en toont een blauwe poel waarop voetstappen te zien zijn.Ik heb ook letterlijk over dat schilderij gelopen. Het gaat om iemand die uit of in dat water stapt. Het is een schilderij over het alleen zijn en over de overgave aan jezelf.Ik beschouw het als een codabeeld voor de hele serie: iemand die op transport wordt gezet, uitgeleverd wordt en terugvalt op zichzelf.”
Het meest voorkomende beeld in Transport 2 is dat van drie mannen, gebaseerd op de foto die Vanriet ‘aanstak’.Het zijn veeleer contouren van schaduwen, die in al hun afgelijndheid tegelijk toch erg invulbaar zijn.Misschien het meest ‘herkenbare’ werk uit de serie, Interieur, laat, wat schimmig, een typisch modernistisch-stalinistisch interieur zien. “Dat schilderij”, verduidelijkt Vanriet, “heb ik in verschillende niveaus geschilderd.Ik heb dat interieur er twee keer opgebracht, zodat je een verschuiving
In een essay over het werk van Vanriet noemt Stefan Hertmas de schilder een “oeuvrebouwer”. En “typerend voor een oeuvrebouwer”, schrijft Hertmans, “is de neiging om een eigen wereld te construeren waarin velerlei andere werelden opduiken, opgeslorpt en verwerkt worden”. Ook nu heeft Vanriet verschillende motieven, lagen, iconen met elkaar vermengd. Met als gevolg doeken die nu eens heel open en dan weer erg gesloten lijken. Is een schilderij voor iemand die inhoud wil overbrengen niet te beperkend?
“De enige andere vorm waarin ik kwijt zou kunnen wat ik te zeggen heb, is - mocht het mij gegeven zijn - een gedicht. Een verhaal of een essay, dat zou me niet lukken. Het associatieve van poëzie heeft voor mij veel te maken met het associatieve van mijn manier van schilderen.Mocht ik het via poëzie openbaren, dan zou het misschien even hermetisch zijn als nu. Het probleem is vaak dat ik met zoveel inhoud, zoveel ideeën zit dat ik die wil comprimeren. Daardoor wordt het minder toegankelijk.”
Vind hij zijn werk dan ontoegankelijk?
“De vraag is: wat beoog ik? De belangrijkste toeschouwer ben ik zelf. Ik moet geïnteresseerd blijven in wat ik doe. Ik schilder vooral om mezelf het plezier te gunnen. En schilderen is voor mij ook de meest adequate manier om te zeggen wat ik beoog. Ik ken de codes van de schilderijen, ik kan ze ontcijferen, ik weet waar alles vandaan komt, dus voor mij is het duidelijk. En dan geef ik de dingen prijs.Ondanks de inhoud, ondanks de verhalen die erin zitten moet zo’n schilderij wel beantwoorden aan de criteria voor wat ik een goed schilderij vind.Een goed schilderij is universeel.Ik begrijp ook niet alle achtergronden van werken die uit andere culturen komen, maar dat belet niet dat ze mij kunnen boeien.”
Leert de schilder al schilderend na al die jaren nog iets bij?
“Soms maak ik schilderijen zeer snel, soms duurt het erg lang.Hoe dat komt, begrijp ik ook niet.Soms gaat het van mislukking naar mislukking - maar daar leer ik natuurlijk van. Als je na twee weken werken het schilderij bekijkt naast de doeken die er rond hangen, dan moet het standhouden, zoniet zit het fout. En dan moet je beslissen of het moet ophouden te bestaan - dat laatste gebeurt wel vaker tegenwoordig. Maar de mislukkingen kunnen een interessante bodem worden voor nieuwe dingen, ook letterlijk: je kunt ze overschilderen en zo ontstaat vanzelf al een gelaagdheid.”
Die gelaagdheid zal het voor de oningewijde kijker niet altijd even makkelijk maken om Vanriets werk te begrijpen.
“Mijn werk is vaak gelaagd, zo wil ik het ook.Toch geef ik dikwijls codes prijs - niet allemaal, maar wel enkele belangrijke. Terwijl je bezig bent met je thema en met die schilderijen over dat thema komen er natuurlijk ook andere dingen aanwaaien, uit lectuur, ontmoetingen en dergelijke, maar ook gewoon uit het geheugen.Dat is allemaal nogal oncontroleerbaar, het komt uit een vergaarbak waarmee je rondloopt.
In die zin kun je natuurlijk zeggen dat een schilderij autobiografisch is.Maar er zijn gradaties. De schilderijen die ik nu laat zien zijn zeer autobiografisch. Ze tonen hoe ik persoonlijk reageer op enkele dramatische gebeurtenissen. Ik ben natuurlijk door mijn achtergrond, mijn opvoeding nogal gedetermineerd - ik kom uit een gezin dat zeer door de oorlog is bepaald. Je kunt daar op twee manieren mee omgaan.Je kunt zeggen: ik zet dat van mij af, ik verwerk dat niet meer.Of het blijft een thema. Blijkbaar blijft het zich aan mij opdringen.”
Deze reeks heeft, zoals ook ander werk van Vanriet, te maken met politiek, ideologie, met het verleden en het heden - met, zoals Stefan Hertmans schreef, het op zoek gaan naar “een bewandelbare weg tussen traumatische herinnering en op de toekomst gerichte leefbaarheid in”. Mogen we de schilder maatschappelijk geëngageerd noemen?
“Dat vrouwen in een woud worden gesleurd en afgemaakt: zulke dingen blijven gebeuren. In die zin heb ik het niet louter over het verleden.Ik beschouw deze twee reeksen dan ook als geëngageerde werken, zeer zeker. Ik besef natuurlijk dat mijn middelen beperkt zijn.Het gaat ook niet om efficiëntie, daar moeten andere mensen mee bezig zijn. Maar mischien kan ik die mensen iets meegeven.”
Echt vrolijk is de ‘inhoud’ van Transport niet - er heerst een ingehouden dreiging, een zekere fataliteit ook - die veruitwendigd wordt door bijvoorbeeld de noodklok in Stormklok of door de onrust die heerst in het even licht- als schaduwrijke, even idyllische als lugubere, even paradijselijke als apocalyptische woud. Toch kun je Vanriet een kleurrijke schilder noemen.
“Ik ontwijk kleuren niet.Schilderen gaat voor mij over inhoud, ontegensprekelijk.Maar ook over formulering. En over de onderlinge verhouding van kleuren. In de eerste reeks wemelen de kleuren.In de tweede reeks zit een paars doek, een wit doek, een groen doek.Het ligt niet voor de hand om, bijvoorbeeld, met grijs op groen te schilderen. Maar dat maakt het net boeiend voor mij.Hoe slaag ik erin om dat grijs en dat groen toch te combineren - daar kan ik lang op werken, dat is moeilijk maar ook leerrijk. Ik had het eenvoudiger kunnen houden, ik kies niet voor het minimalisme, ik zit niet zo in elkaar, al kan ik het waarderen wanneer anderen het doen.
Ik wissel voortdurend tussen uitersten af.Soms zoek ik de lichtheid op, soms het zware. Ik hou men niet aan één tonaliteit. Ik vind dat alle registers opengetrokken moeten kunnen worden, en die zitten ook in mij. De serie over Milosevic is ingehouden, introspectiever, meer binnenskamers.De andere is veel barokker, daar zit meer beweging in, daar gaat het ook over het opjagen van die vrouwen - misschien waait het zelfs hard in die bladeren. In die zin zijn de reeksen elkaars tegengestelden, al hebben ze het beide wel ook over het schilderen zelf. De eerste reeks heeft iets van een wervelwind, de tweede is laag over laag, dun geschilderd.”
Te horen aan dit gesprek en te zien aan zijn werk heeft Vanriet nooit veel last gehad van het vaak voorspelde en becommentarieerde ‘einde van de schilderkunst’.
“Daar ben ik nooit mee bezig geweest.Ik vind dat een zinloze discussie.Net toen men het erover had zijn er mensen geweest die interessant zijn blijven doorschilderen - Hodgkin, Clemente, Warhol, Hockney, om er maar enkele te noemen. De schilderkunst is nooit stilgevallen, toch? Dat soort opgeklopte discussies keert regelmatig terug in verschillende deelgebieden - gaande van nouveaux philosophes tot nouvelle cuisine.”
More essays
- Eric Rinckhout, A worldly monk, 2025
- Paul Huvenne, Het circus van de beeldgedachte, 2024
- Jan Vanriet, Une orange et des grenades sifflantes, 2024
- Paul Huvenne, A circus of imagery, 2024
- Martin Germann, The Dividing and the Connecting, 2022
- Adam Zagajewski, Jan Vanriet, 2019
- Charlotte Mullins, Jan Vanriet, 2015
- Martin Herbert, Jan Vanriet I Hide and Seek, 2015
- Adam Zagajewski, Jan Vanriet, 2015
- Paul Huvenne, Jan Vanriet Destiny, 2015
- Zofia Machnicka, Jan Vanriet’s Song of Destiny, 2015
- Andrew Graham-Dixon, Et in Arcadia Ego, 2015
- Stefan Hertmans, Sensual painting, historical restitution, 2013
- György Konrád, Your own face an act of rebellion, 2013
- Eric Rinckhout, Het eeuwige nu van de schilderkunst, 2010
- Cees Nooteboom, Closing Time, 2010
- Maarten Doorman, Tussen de bomen van de geschiedenis, 2009
- Cees Nooteboom, Landschappen van de Geschiedenis, 2004
- Cees Nooteboom, Landschaften der Geschichte, 2004
- Stefan Hertmans, An innocence with teeth , 2000
- Stefan Hertmans, Een onschuld met tanden, 2000